wood sand summer dry

Wie is God: God is een Hovenier

Ook plantte de HEERE God een hof in Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had. En de HEERE God liet allerlei bomen uit de aardbodem opkomen, begerenswaardig om te zien en goed om van te eten; ook de boom des levens, in het midden van de hof, en de boom van de kennis van goed en kwaad.

15 De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onderhouden.

Genesis 2: 8 – 10 en vers 15

Wist je dat?

  • Het woord planten in de Bijbel wordt gebruikt voor het planten van een plant; maar ook voor het vestigen van een groep (volk). Zo gebruikt God de beeldspraak van het planten van een druivenrank voor de vestiging van het volk Israël in het beloofde land. Jer. 2: 21.
  • Het Hebreeuwse woord voor tuin is Gan (גַּן). Het staat voor een omheinde plek die met een doel is aangelegd. Het woord is afgeleid van de stam wat ‘bedekken’ of ‘beschermen’ betekent. De hof van Eden was aangelegd om de mens te beschermen.
  • Adam moet de tuin ‘bewerken en ‘onderhouden’. Deze woorden worden in de Bijbel ook gebruikt in relatie tot de tempel / tabernakel. De priester ‘dient’ in (bewerkt) en ‘beschermt’ (onderhoudt) de tempel. Num. 3: 7 – 8 & 8: 25 – 26).

Beschouwing 

Nu de lente weer in aantocht is, gaat het bij jou dan ook zo kriebelen? Na een winterslaap wordt de tuinierder, in je, weer wakker en kun je lekker aan te slag in de tuin. Of begint het juist te jeuken en zou je liever de tuin volstorten met sneldrogend cement? Dan komt er in ieder geval geen onkruid meer op.

In het scheppingsverhaal komen we onze hemelse Vader tegen in de rol van hovenier. God legt een tuin aan en plant daarbij alle bomen die de mens nodig heeft om er te leven. Vroeger werden tuinen altijd omheind door een heg of een muur. Dit om de planten te beschermen tegen wilde dieren. Het raakt mij ook dat onze hemelse Vader de hof van Eden heeft aangelegd om de mens te beschermen.

Door de hele Bijbel heen komen we het idee tegen dat God mensen plant. Zo lezen we in Jeremia 2 dat God het volk Israël heeft geplant in het beloofde land. Planten geeft een rijke betekenis. God heeft het volk met zorg uitgeleid en ze een plek gegeven die Hij voor hen heeft voorbereid. Zoals een hovenier de grond voorbereid voor de boom die hij er in gaat planten; zo heeft God het land Kanaän voorbereid voor de komst van het volk Israël. Planten spreekt van zorg en voorziening. God geeft alles wat nodig is om te groeien en te bloeien op de plek waar Hij jou heeft gepland.

De tuin van Eden wordt ook wel eens vergeleken met de tempel. De tempel was de plek waar Gods Naam woonde en waar de Israëlieten God konden ontmoeten. Al het werk in de tempel werd verricht door priesters. Een priester stond als het ware tussen God en de mensen in. Zo kunnen we de taken die God aan Adam geeft ook zien als priesterlijke taken.

De tuin was de plek waar God de mens ontmoette. Adam had de prachtige taak de tuin te bewerken en te onderhouden. Ten eerste moest Adam de tuin mooi houden. De tuin mocht niet in verval raken, maar moest net zo prachtig blijven zoals God hem had gemaakt. De Bijbel zegt dat de schepping spreekt van Gods heerlijkheid (Psalm 19). Zo ademde de tuin ook de heerlijkheid van God uit. Je kunt het een vorm van aanbidding noemen. Adam, zorgde ervoor dat de tuin de heerlijkheid van God bleef uitstralen.

Ten tweede bewaakte (beschermde) Adam de tuin. Zorgen dat er geen onkruid op zou schieten. Het is mijn mening dat Adam in deze taak tekort is geschoten, door de satan de ruimte te geven om zijn leugen te verspreiden. Adam, had de woorden van God (met betrekking tot de tuin) moeten beschermen. Hij had Eva eraan moeten herinneren dat ze zouden sterven als ze van de boom van goed en kwaad zouden eten. Dat deed Hij echter niet. Hij lette niet op.

God had Adam alles gegeven wat hij nodig had om in de tuin van Eden te leven en om deze te beschermen. Het hebben van alle middelen wil niet zeggen dat je ze ook gebruikt. Adam, wist de waarheid, maar hij koos ervoor om de leugen te geloven. Hier komt onze vrije wil om de hoek kijken. Daarom roept de Bijbel ons op om een keuze te maken: Gods woorden te geloven of niet.  Welke keuze maak jij?

Om over na te denken

De Bijbel noemt ons priesters (1 Petrus 2 vers 9); Wat betekent deze rol voor jou?

Helpt de Heilige Geest ons ook bij het maken van goede keuzes?

Wat haal jij uit onze centrale tekst?