woman in red long sleeve shirt holding lighted cigarette stick

De priesterlijke zegenbede

En de HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen en zeg: Zo moet u de Israëlieten zegenen, door tegen hen te zeggen: De HEERE zegene en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen.

Numeri 6: 22 – 26

Wist je dat?

  • Het Hebreeuwse woord voor zegenen is Barak (בָרַךְ); in letterlijke zin betekent het neerknielen (door de knieën gaan). Het is dan ook verbonden aan het woord voor knie (berek). Je knielt je neer en verhoogt daardoor diegene waarvoor je neerknielt. Je toont respect en eerbied en kunt eventueel een geschenk aanbieden. Denk aan het neerbuigen voor een koning.
  • In de Bijbel komen we tegen dat God mensen zegent. Bijvoorbeeld nadat God de mens geschapen had, zegende Hij hen. De zegen hield in dat ze toe zouden nemen (groot zouden worden) in aantal en aanzien.
  • Iets minder bekend misschien door de vertalingen. Maar we komen ook in de Bijbel tegen dat wij als mensen God zegenen. Bijvoorbeeld voor het dagelijkse eten (Deut. 8: 10). In onze Bijbelvertaling staat loven. Maar in de grondtekst staat ‘zegenen’. Door de eeuwen heen hebben Joden de gewoonte ontwikkelt om God gedurende de dag te zegenen voor de kleine dingen. Bijvoorbeeld bij het zien van de regenboog of bij de eerste bloeiende boom. God zegenen, betekent dat wij Hem de eer geven voor wat wij ontvangen hebben. We knielen neer en geven God de eer. Het zegenen van God is dus bedoeld om jezelf op God gericht te houden en te beseffen dat je alles van Hem ontvangen hebt. Zo wordt je niet trots op wat je kunt, maar dankbaar om wat je ontvangen hebt.

Beschouwing

Zegen jij je kinderen of partner wel eens? Bij veel mensen ligt een zware last op het woord ‘zegenen’. Waarbij het idee bestaat dat het alleen is weggelegd voor een speciale groep mensen. Volgens Petrus zijn we allemaal priesters (1 Pet. 2: 9) en bestaat er dus geen afgescheiden groep in de gemeente. We zijn allemaal gelijk aan elkaar. Natuurlijk heeft een ieder een eigen roeping, een eigen taak. Zo heb je bijvoorbeeld leiders en schoonmakers. In Gods ogen zijn ze beide even belangrijk en nodig. Een leider zou zich niet beter, en een schoonmaken zou zich niet minder hoeven voelen. Je doet wat je kunt en dat is goed genoeg.

Deze week wil ik samen met jullie kijken naar de zegenspreuk die God aan Aaron en zijn zonen heeft gegeven. Als priester vertegenwoordigde Aaron God ten overstaan van de Israëlieten. Het is dus als het ware dat God zelf de woorden uitspreekt. Aaron verwoord Gods verlangen om de Israëlieten te doen groeien. In aantal maar ook in levensstandaard. Ze waren op weg naar het beloofde land; stonden als het ware aan de grens en konden het overzien. Maar er kwam eerst nog een strijd; een strijd om het land in te nemen en het tot een ‘thuis’ te maken. Wat zal deze zegen hen gesterkt hebben. God zou ze uiteindelijk ‘vrede’ geven!

Voordat we ons avontuur deze week beginnen, wil ik wel eerst duidelijk maken dat de woorden zelf geen kracht hebben. Er wordt nogal eens gedacht dat de woorden zelf een soort van magische en voorspellende kracht hebben. Door de woorden uit te spreken gaat de zegenspreuk in vervulling. Woorden op zichzelf zijn lege omhulsels die bekleed zijn met betekenis. Om een voorbeeld te geven: In de zegen spreekt God Zijn verlangen uit om de Israëlieten rust te geven. Deze rust komt voort uit een relatie met God en niet door het uitspreken van de zegen; zonder God is er geen rust. Lees de profeten er maar op na. De Israëlieten zijn weggevoerd uit het land, omdat ze God hadden verlaten. In de tijd van de profeten werd de zegen nog elke dag uitgesproken. Maar zonder God is de zegen een leeg omhulsel. Zo lezen we:

Omdat dit volk Mij slechts met woorden nadert en met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is

(Jes. 29: 13)

Bij het uitspreken van een zegen in Gods naam moeten wij ons realiseren dat we onze Hemelse Vader vertegenwoordigen (als priesters); Dit is een mooie en prachtige taak. Deze taak moet in alle eerlijkheid gebeuren. Het moet uit onze relatie met Hem voortvloeien. Dit betekent niet dat we perfect hoeven te zijn; wees eerlijk dat zijn we niet. Dat weten wij en dat weet God. Dat is ook niet erg. We hebben namelijk Jezus als onze Hogepriester (vertegenwoordiger). Door Hem komen we tot de Vader; door Hem zijn we vergeven van onze zonden.

We mogen dus met volle zekerheid bij de Vader komen, maar moeten wel eerlijk zijn. Dus als er zonde in ons leven is dan moeten we dat niet verstoppen, maar juist uitspreken. Uitspreken naar God toe en wellicht naar een persoon die dichtbij ons staat. Waarom? Omdat wij God vertegenwoordigen en de vrijheid hebben om transparant en eerlijk te leven. Zo kunnen we God vertegenwoordigen als priesters en Gods zegen doen stralen in een donkere wereld.

Om over na te denken

1.     Spreek jij wel eens een zegen uit of vind je dat niet kunnen?

2.     Wat vind je van het idee ‘God te zegenen (verhogen)?’

3.     Zou dat je kunnen helpen om God een centrale plek in je leven te geven? Of als je worstelt met negatieve gedachten?

4.     Luister eens naar de priesterlijke zegen in het Hebreeuws: https://youtu.be/x-eHCxMM3PI