En de HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen en zeg: Zo moet u de Israëlieten zegenen, door tegen hen te zeggen: De HEERE zegene en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen.
Numeri 6: 22 – 26
Wist je dat?
- Het Hebreeuwse woord voor behoeden is shamar (שָׁמַר). Het betekent waken of beschermen. Het woord doorn is in het Hebreeuws afgeleid van het woord voor beschermen. Schaapherders maakten namelijk een doornhaag om het vertrek van de schapen heen. Zelf bevond de herder zich bij de ingang. Zo kon er geen roofdier ongemerkt bij de schapen komen.
Beschouwing
In het onderdeel van de zegenspreuk die ik vandaag behandel, spreken we Gods bescherming uit. Als we Gods bescherming iemand toebidden dan beseffen we ons dat we als mensen kwetsbaar zijn. Dat is ook de reden dat de Bijbel ons vergelijkt met schapen. Schapen die door de Goede Herder beschermt en geleid worden.
Ik heb het voorrecht gehad dat ik af en toe eens meeging naar een verzorgingstehuis. Daar zongen we ‘oude’ liedjes met wijze broeders en zusters in het geloof. Mondharmonica kwam erbij en het was altijd erg gezellig. Daar heb ik ook het liedje ‘Scheepke onder Jezus’ hoede’ gehoord. De schrijver van dit lied heeft begrepen wat het betekent dat God ons beschermt. Het houdt niet in dat het scheepje een reis heeft zonder stormen. Ze gaat juist door de stormen heen, omdat ze een veilig strand voor ogen heeft. Het scheepje vergaat nooit, want Vaders Zoon is aan boord. Jezus hoeft maar te spreken en de storm luistert en gaat liggen.
In de zegen die we vandaag andere toebidden, zegenen we onze geliefden met Gods aanwezigheid in hun leven. De zegen draagt niet de boodschap dat er geen gevaren zullen zijn. Maar wel dat te midden van de gevaren de Goede Herder de Zijne beschermt en over hen waakt. Psalm 121 weet dit prachtig te verwoorden (waarbij ik het woord voor beschermen rood heb gemaakt)
Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal uw voet niet laten wankelen, uw Bewaarder zal niet sluimeren. Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren of slapen. De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw schaduw aan uw rechterhand. De zon zal u overdag niet steken, de maan niet in de nacht. De HEERE zal u bewaren voor alle kwaad, uw ziel zal Hij bewaren. De HEERE zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren, van nu aan tot in eeuwigheid
Om over na te denken
1. Probeer vandaag de priesterlijke zegen uit te bidden over je gezin.
2. Welke vormen van bescherming brengt de psalmist onder onze aandacht in psalm 121?
3. Zing met ons mee: ‘Scheepke onder Jezus’ hoede’.

